Onlinejuwelenshop

Onlinejuwelenshop
Onlinejuwelenshop

woensdag 22 december 2010

De moeizame weg naar een goed asielbeleid

Momenteel is Europa een loterij voor vluchtelingen. De toekenning van asiel verschilt van land tot land. Nochtans werkt de EU al enkele jaren aan een gemeenschappelijk asielbeleid. Elk land zou veel liever het probleem over laten aan een ander, maar om het probleem op te lossen is er collectieve actie nodig.
Dit gemeenschappelijk asielbeleid is nodig omdat de lidstaten het probleem niet alleen aankunnen. Binnen de Europese Unie (EU) geldt het principe van vrij verkeer van personen. Iedere inwoner van de EU kan staan en gaan waar die zelf wil, hierdoor heeft een beslissing van eender welk lidstaat een impact op de andere omringende landen. Een voorbeeld hiervan is Spanje. Wanneer Spanje zijn buitengrenzen strakker gaat controleren zodat minder asielzoekers het land binnen kunnen komen, dan zal het probleem zich verplaatsen naar de andere omringende lidstaten zoals Griekenland of Italië.

Het asielbeleid in België:
In België loopt het asielbeleid ook niet van een leien dakje. We kampen met enorme wachtlijsten, de asielaanvraag duurt een eeuwigheid , geen terugkeer beleid, …
In België zijn er drie verschillende personen verantwoordelijk voor alles wat te maken heeft met het asielbeleid. Enerzijds hebben we de minister van asiel en migratie(Annemie Trutelboom, Open Vld), die verantwoordelijk is voor de asielprocedure en de regulatiecampagne. Anderzijds hebben we de staatssecretaris voor maatschappelijke integratie (M. Wathelet, cdH), die bevoegd is voor de materiële opvang van asielzoekers. En deze twee worden gecoacht door de premier.

Hotels voor asielzoekers
Het tweede punt waar België de mist in gaat is het tekort aan opvangplaatsen. Een tijdelijke noodoplossing om het gebrek aan opvangplaatsen op te vangen was de mensen tijdelijk op hotel sturen tot er extra opvangplaatsen bijkwamen. Vandaag de dag verblijft nog steeds één op de twintig asielzoekers op hotel. Veel luxe hebben deze mensen niet, er is geen onderwijs, ontspanning en medische en sociale bijstand. Het op hotel sturen creëerde een aanzuigeffect, waardoor er een grotere toestroom van asielzoekers gecreëerd werd. De hotelcapaciteiten werden stilaan opgebruikt en Fedasil moet steeds meer mensen op straat zetten.
Dit heeft geleid tot een juridisch spel waarbij asielzoekers naar de rechter stappen om opvang af te dwingen en dwangsommen te eisen. Het eisen van dwangsommen veroorzaakte een tweede aanzuigeffect.

De aanzuigeffecten zouden deels opgelost kunnen worden door een gemeenschappelijk asielbeleid, zodat niet één of enkele landen het probleem moeten opvangen. Maar dat het een probleem is van een ruimere gemeenschap, te vergelijken met hoe steden zich organiseerden om armoede te bestrijden.
Iedereen heeft baat bij een evenwichtige verdeling!

donderdag 11 november 2010

Armen, bejaarden en zieken

De eerste vorm van armenzorg is ontstaan uit christenplicht. Boeren namen armen in huis en zorgden dat ze voedsel hadden. Maar geleidelijk aan werd deze activiteit overgenomen door geestelijken.

Ontstaan van godshuizen
Er ontstonden hier en daar, voornamelijk in de buurt van steden godshuizen of gasthuizen. Deze werden opgericht om kost en inwoon te bieden aan armen, wezen, hongerlijders, zieken en bejaarden die nergens terecht konden. Oorspronkelijk waren godshuizen opgericht buiten aan de stadspoorten en hadden als bedoeling om arme passanten of kloosterlingen onderdak te bieden wanneer de stadspoorten gesloten waren. Langzaam aan kregen deze meerdere functies zoals ziekenhuizen, leprahuizen, pesthuizen, weeshuizen, …
Wanneer de steden ontstonden of deze zich verder ontwikkelden, werd het aantal godshuizen in de steden talrijker. Door het verscherpt sociaal klimaat en de groeiende armoede die er heerst in de 16de eeuw zal er een strengere selectie plaatsvinden, enkel en alleen de meest behoeftigen komen nog in aanmerking om gebruik te maken van de godshuizen.

Met de Franse revolutie nam de staat zijn volle verantwoordelijkheid op met betrekking tot de armenzorg en richtte men de burgerlijke godshuizen en de burelen van weldadigheid op.

In de burgerlijke godshuizen kon iedereen terecht die thuis niet meer verzorgd kon worden, omwille van de jonge leeftijd, gezondheidsproblemen en ouderdom. Deze mensen konden terecht in ziekenhuizen, weeshuizen en hospices (ouderlingenhuizen) die opgericht waren.
Momenteel vindt men deze godshuizen nog terug in steden als Brugge, Gent, Ieper en Antwerpen.



De weldadigheidsburelen waren bevoegd voor de mensen die zichzelf niet kon behelpen, maar thuis nog geholpen konden worden. Zij zorgden voornamelijk dat deze mensen voldoende voedsel en kledij hadden en kwamen ook tussen in de kosten van medische bijstand.

In 1925 smelten de burgerlijke godshuizen en de burelen van weldadigheid samen tot de commissie voor openbare onderstand (COO). Deze had als opdracht om de behoeftigen te ondersteunen, de ziekteverpleging te organiseren en de ellende te bestrijden. In 1976 is de COO omgevormd tot hetgeen we de dag van vandaag nog steeds kennen als het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, dit is beter bekend onder de afkorting OCMW.