Onlinejuwelenshop

Onlinejuwelenshop
Onlinejuwelenshop

woensdag 9 februari 2011

Analfabetisme

Latijn was de enige geldende taal die in het onderwijs gesproken werd.
Na het invoeren van de boekdrukkunst werden er verschillende volkstalen gecreëerd. maar de gangbare taal bleef het Latijn. Wie deze taal niet sprak of kon lezen was gebonden aan een lokale, mondelinge taalgemeenschap en werd op deze manier afgesneden van het cultureel en politiek leven. De geestelijke speelde dan ook een centraal figuur om de info over te brengen.

De dag van vandaag schat men dat er 10 tot 25% van de volwassenen in België onvoldoende kunnen lezen, schrijven en rekenen om goed te kunnen functioneren in de maatschappij (dit wordt functioneel analfabetisme of laaggeletterdheid genoemd)

Wat neerkomt op ongeveer 1 op 7 volwassen Vlamingen (ofwel 700.000 à 850.000 Vlamingen) die onvoldoende kunnen lezen of schrijven om naar behoren te kunnen functioneren in onze maatschappij.
Om dit aantal te verminderen organiseren de centra voor basiseducatie diverse analfabetiseringscursussen. Cursisten leren in deze cursus beter lezen, schrijven en mondeling communiceren in functie van hun dagelijkse levenssituaties. Dit beperkt zich niet langer alleen tot de traditionele media kanalen zoals krant, formulieren invullen, … maar ook e-mails, sms versturen, chatten, …

Eind 2010 berichten verschillende Vlaamse kranten over de resultaten dat onze leerlingen scoorden op het PISA-onderzoek. “Jongeren lezen goed, maar niet graag” of “Belgische leerlingen behoren tot de subtop in wetenschappelijke geletterdheid”. We mogen deze resultaten echter niet al te letterlijk opnemen. In de praktijk zien we dat er onderling verschillen zijn naargelang het socio-economisch milieu waaruit de leerling afkomstig is.
Het is belangrijk dat we de zwakkere leerlingen blijven motiveren en extra aandacht geven en het onderwijs niet enkel toespitsen op de sterkere en de middenmoot leerlingen.