De eerste vorm van armenzorg is ontstaan uit christenplicht. Boeren namen armen in huis en zorgden dat ze voedsel hadden. Maar geleidelijk aan werd deze activiteit overgenomen door geestelijken.
Ontstaan van godshuizen
Er ontstonden hier en daar, voornamelijk in de buurt van steden godshuizen of gasthuizen. Deze werden opgericht om kost en inwoon te bieden aan armen, wezen, hongerlijders, zieken en bejaarden die nergens terecht konden. Oorspronkelijk waren godshuizen opgericht buiten aan de stadspoorten en hadden als bedoeling om arme passanten of kloosterlingen onderdak te bieden wanneer de stadspoorten gesloten waren. Langzaam aan kregen deze meerdere functies zoals ziekenhuizen, leprahuizen, pesthuizen, weeshuizen, …
Wanneer de steden ontstonden of deze zich verder ontwikkelden, werd het aantal godshuizen in de steden talrijker. Door het verscherpt sociaal klimaat en de groeiende armoede die er heerst in de 16de eeuw zal er een strengere selectie plaatsvinden, enkel en alleen de meest behoeftigen komen nog in aanmerking om gebruik te maken van de godshuizen.
Er ontstonden hier en daar, voornamelijk in de buurt van steden godshuizen of gasthuizen. Deze werden opgericht om kost en inwoon te bieden aan armen, wezen, hongerlijders, zieken en bejaarden die nergens terecht konden. Oorspronkelijk waren godshuizen opgericht buiten aan de stadspoorten en hadden als bedoeling om arme passanten of kloosterlingen onderdak te bieden wanneer de stadspoorten gesloten waren. Langzaam aan kregen deze meerdere functies zoals ziekenhuizen, leprahuizen, pesthuizen, weeshuizen, …
Wanneer de steden ontstonden of deze zich verder ontwikkelden, werd het aantal godshuizen in de steden talrijker. Door het verscherpt sociaal klimaat en de groeiende armoede die er heerst in de 16de eeuw zal er een strengere selectie plaatsvinden, enkel en alleen de meest behoeftigen komen nog in aanmerking om gebruik te maken van de godshuizen.
Met de Franse revolutie nam de staat zijn volle verantwoordelijkheid op met betrekking tot de armenzorg en richtte men de burgerlijke godshuizen en de burelen van weldadigheid op.
In de burgerlijke godshuizen kon iedereen terecht die thuis niet meer verzorgd kon worden, omwille van de jonge leeftijd, gezondheidsproblemen en ouderdom. Deze mensen konden terecht in ziekenhuizen, weeshuizen en hospices (ouderlingenhuizen) die opgericht waren.
Momenteel vindt men deze godshuizen nog terug in steden als Brugge, Gent, Ieper en Antwerpen.
De weldadigheidsburelen waren bevoegd voor de mensen die zichzelf niet kon behelpen, maar thuis nog geholpen konden worden. Zij zorgden voornamelijk dat deze mensen voldoende voedsel en kledij hadden en kwamen ook tussen in de kosten van medische bijstand.
In 1925 smelten de burgerlijke godshuizen en de burelen van weldadigheid samen tot de commissie voor openbare onderstand (COO). Deze had als opdracht om de behoeftigen te ondersteunen, de ziekteverpleging te organiseren en de ellende te bestrijden. In 1976 is de COO omgevormd tot hetgeen we de dag van vandaag nog steeds kennen als het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, dit is beter bekend onder de afkorting OCMW.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten